Honderden dode en nog levende, zwaargewonde palingen zijn de afgelopen weken aangetroffen langs de Rijn bij Rees en Emmerich. Volgens deskundigen gaat het om ongewoon hoge aantallen. Dat is extra zorgwekkend, omdat de palingstand al jarenlang onder zware druk staat.
Niels Brevé van de Nederlandse Sportvisunie, verbonden aan Wageningen University & Research, is een van de onderzoekers. Hij maakt zich grote zorgen. “Dit gebeurt ieder jaar, maar dit zijn er opnieuw ongewoon veel.” De dieren die langs de oever zijn gevonden, zijn zwaargewond. Veel palingen zijn geknakt, hebben diepe snijwonden of missen delen van hun huid. “Enkelen zitten met hun kop en staart alleen nog vast met hun vel, maar leven vaak nog. De rest is weggeslagen”, zegt Brevé.
De eerste meldingen kwamen twee weken geleden uit de omgeving van Keulen. In de dagen daarna werden ook stroomafwaarts, onder meer bij Duisburg, Rees en Emmerich, dode en gewonde palingen aangetroffen. Volgens Brevé kan het zijn dat ook in Nederland nog meldingen volgen.
‘Knak-alen’
Onderzoekers spreken van zogeheten ‘knak-alen’: schieralen die op weg zijn naar de Sargassozee (bij de Bermuda eilanden) om zich voort te planten. Tijdens die lange trek krijgen ze te maken met meerdere gevaren. Brevé wijst op turbines van waterkrachtcentrales, gemalen en scheepsschroeven. Ook de leefomgeving van de paling is de afgelopen decennia sterk verslechterd door dammen, stuwen, sluizen en vervuiling van de rivierbodem.
‘Gruwelijk toegetakelde palingen’
De Rijnlandse visserijvereniging in Duitsland heeft een groot deel van de aangespoelde dieren verzameld voor onderzoek, waarvan een deel naar Nederland is gebracht. Wat onderzoekers aantreffen, noemt Brevé “gruwelijk toegetakelde palingen”.
Volgens deskundigen aan beide zijden van de grens is er waarschijnlijk sprake van een combinatie van factoren. De recente korte, hevige buien zorgen ervoor dat palingen massaal stroomafwaarts trekken. Tegelijk draaien gemalen en waterkrachtcentrales op volle capaciteit, waardoor vissen in de installaties terechtkomen. “Ze worden geraakt door turbines en schroeven en raken zwaar verminkt”, zegt Brevé.
Paling heeft het zwaar
De gevolgen zijn groot voor een soort die toch al op de rand van uitsterven balanceert. “Van alle glasalen is nog maar één procent over van wat de palingstand rond 1960 in de Rijn was.” Juist daarom zijn de huidige vondsten volgens hem zo schokkend.
De paling geldt inmiddels als een kritisch bedreigde diersoort. Ze vallen in dezelfde catagorie als bijvoorbeeld de zwarte neushoorn en de Borneose orang-oetan. Er is Europese wetgeving die bescherming moet bieden, onder meer via de Aalverordening. Die schrijft voor dat een aanzienlijk deel van de palingen de zee moet kunnen bereiken om zich voort te planten. In de praktijk wordt die norm echter niet gehaald.
Om de palingstand te herstellen, wordt onder meer gewerkt aan projecten waarin jonge alen en andere trekvissen worden uitgezet en leefgebieden worden verbeterd. Maar de huidige situatie ondermijnt dat werk. “We zijn hier al dertig jaar mee bezig”, zegt Brevé.
Geen handhaving
Volgens Brevé schiet de handhaving tekort. “Het is raar dat er geen processen verbaal worden uitgedeeld naar de energiemaatschappijen en de waterbeheerders, terwijl dat bij milieuvervuiling dat wel gebeurt. Niemand doet wat.” Aansluitend zegt hij: “Dat wat onder water gebeurt en de ellende die de vissen ondergaan, wil niemand zien.”
Volgens hem is het tijd voor ingrijpender maatregelen. Zo zouden waterkrachtcentrales tijdens de trekperiode stilgelegd moeten worden. “Waterkracht wordt gezien als groene stroom, maar in werkelijkheid is het rode stroom”, stelt hij. “Als dit met vogels zou gebeuren bij windturbines, zou iedereen aan de bel trekken.”