Laura Werger, burgemeester van Oude IJsselstreek, rent en vliegt de hele dag door haar gemeente. Volgens een nauwkeurig maar vooral druk schema bezoekt ze alle 26 stembureaus. Eigenlijk bezoekt ze er zelfs 27: “Ik woon nog een maandje in Zutphen, dus ik heb zelf ook al even snel gestemd vanochtend.”
Keurig volgens planning om 09.41 draait ze de parkeerplaats van V.v. Etten op; het eerste stembureau dat de burgemeester bezoekt. Snel handen geven, een praatje, een grapje, nog meer handen schudden, tóch nog even een bakje koffie en door. “Ik vind het heerlijk om de stembureaus te bezoeken. Ik heb ook jaren op een stembureau gezeten in Gouda en Zutphen, ook nog als voorzitter. Het is echt leuk om het op deze manier mee te maken.”
Veel tijd om te praten tussendoor is er niet, voor elk stembureau is ongeveer tien minuten uitgetrokken. Voor het reizen heeft de burgemeester steeds een kwartiertje. “Maar we moeten nu door hoor, op naar Terborg, de Rietborgh.”
Even op adem komen
Het scheelt, de reistijd tussen de eerste twee stembureaus is vijf minuten, dat wordt dan ook keurig gehaald. Even op adem komen. Werger heeft er vooral heel veel lol in: “Op elk stembureau heb je weer andere gesprekken, iedereen maakt zo zijn eigen dingen mee. Vergeet niet, deze mensen zijn ontzettend belangrijk. Zij zorgen ervoor dat onze verkiezingen goed verlopen.”
'Ik had u niet herkend zonder ambtsketen hoor'
Bij de eerste twee stemlokalen die de burgemeester bezoekt is het verrassend druk. Soms staan er wel rijen met vijftien mensen, tot genoegen van de burgemeester die ook in Terborg de nodige handjes schudt. “Ach, u bent de nieuwe burgemeester, ik had u niet herkend zonder ambtsketen hoor”, zegt een vrouw op leeftijd. “Dat snap ik wel”, zegt Werger “Dit is toch leuk op zo’n dag. Je spreekt allemaal verschillende inwoners en hoort de verhalen.”
Waar er in Etten nog ruimte was voor een kopje koffie, laat ze die in Terborg schieten. “Als ik nu 26 kopjes koffie drink vandaag, ga ik stuiterend de uitslagenavond in. Laten we dat maar niet doen. Maar ik geloof dat ik door moet. Doei!”