De financiële problemen van het DRU Industriepark zijn niet ontstaan door verkeerde intenties, maar door een combinatie van ambities, structurele scheefgroei en te snelle uitgaven, dat zegt interim-bestuurder Cleo Sissingh. Ze gaat nog eens in op wat er mis is gegaan, maar vooral hoe ze uit dit financiële moeras willen komen.
“Het is net als thuis”, zegt Sissingh. “Te veel geld uitgeven, dan kom je in de problemen. Geld wat niet gedekt is, daar kom je eigenlijk altijd van in de problemen.” Tegelijkertijd nuanceert ze het beeld dat er roekeloos is gehandeld. “Het is in ieder geval niet uitgegeven aan de verkeerde dingen. Het is uitgegeven aan de ambities die er gezamenlijk waren.” Daarmee doelt ze op de plannen uit het zogeheten 3D-document, waarin de doorontwikkeling van het DRU-complex werd geschetst.
Volgens Sissingh is daar te snel uitvoering aan gegeven zonder voldoende financiële dekking. “Als je veel geld uitgeeft, moet je wel eerst even overleggen met elkaar. Het antwoord is nee, dat had echt niet gemoeten.” Ze wil voorkomen dat alle schuld bij voorgangers wordt gelegd. “We proberen niet te zwarte pieten naar het verleden, maar wel de hand in eigen boezem te steken. Wat had nou echt beter gemoeten?”
Scheefgroei al langer zichtbaar
Sissingh legt uitgebreider uit dat de financiële basis al eerder verzwakte. “In de beginjaren van de exploitatie gaat het eigenlijk verkeerd, omdat heel langzaam de verschillen tussen inkomsten en uitgaven oplopen.”
De belangrijkste oorzaak: kosten stegen door indexering, terwijl de subsidie jarenlang niet werd geïndexeerd. “Dan gaat het scheeflopen, maar dat gaat relatief langzaam. En als je dan uiteindelijk snel veel geld uitgeeft, dan is het al een beetje scheef en heb je geen vet meer op de botten.”
Volgens haar zou volledige indexering sinds 2011 inmiddels circa 1,2 miljoen euro extra hebben opgeleverd. Inclusief latere kortingen en gemiste indexering loopt dat volgens haar op tot ongeveer 1,7 miljoen euro. “Dat is echt geld, maar…” voegt ze eraan toe, “dat had niet alle problemen opgelost. Er is echt veel extra geld uitgegeven.”
Reorganisatie als noodgreep
Sissingh gaat ook in op de recente reorganisatie. Die noemt zij achteraf ‘een noodgreep’. “In dit soort voorzieningen zijn nooit mensen te veel. Dus als je gaat snijden, dan snijd je in zaken die van belang zijn.” Zo werden onder meer de receptie en beveiliging wegbezuinigd. “Maar je kunt natuurlijk niet heel goed zonder bewaking. Die moet je dan weer inhuren.”
Daardoor werken sommige voormalige medewerkers nu via externe bedrijven opnieuw voor het DRU. “Dat loopt zo”, zegt Sissingh. “Dat zie je vaker als de situatie steeds moeilijker wordt.”
Vertrouwen cruciaal
Volgens de interim-bestuurder is het grootste probleem momenteel niet alleen het tekort, maar het verlies van vertrouwen. Zij stelt dat negatieve publiciteit directe gevolgen had voor de horeca-omzet. “Onze commerciële klanten zijn het vertrouwen verloren.” Dat leidde volgens haar tot forse misgelopen inkomsten in 2025. Tot wel tonnnen.
Daarom noemt ze positieve publiciteit als eerste prioriteit. “Niet om de problemen weg te moffelen, maar omdat onze commerciële klanten anders niet terugkomen.” Zonder boekingen geen horeca-inkomsten, en zonder horeca-inkomsten geen herstel, stelt zij.
Subsidie in perspectief
Van de jaarlijkse subsidie van ruim 1,1 miljoen euro subsidie gaat volgens haar ongeveer 650.000 euro direct terug naar de gemeente in de vorm van huur. “De subsidie voor de specifieke producten en diensten hier gaat eigenlijk over zo’n 4,5 tot 5 ton. Als je ziet wat je daarvoor hebt, dat is echt veel. Dat is wel iets wat veel mensen onvoldoende in beeld hebben.”
Ze wijst daarbij op de combinatie van theater, poppodium, bibliotheek, VVV en commerciële verhuur binnen één complex. “Die combinatie tussen commercieel en maatschappelijk zie ik in Nederland op veel plekken, veel minder.”
“Komt het goed? Ik denk het wel.”
Ondanks de problemen blijft Sissingh voorzichtig optimistisch. “Het feit dat er problemen zijn ontstaan omdat er extra geld is uitgegeven, is goed nieuws en slecht nieuws. Goed nieuws omdat je daarmee kunt stoppen.”
Tegelijkertijd erkent ze dat er weinig financiële ruimte is. “In dit soort voorzieningen zijn geen marges. Er is geen vet op de botten.” Op de vraag of het goed komt, antwoordt ze: “Ik denk het wel.” Maar, zo voegt ze toe: “Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Dat is hard werken.”